Typisch tante Mia,
Hoe vaak hoor je in de familie niet zulke uitspraken. En dan niet over Mia maar bijvoorbeeld een neefje. Misschien lijk jij ook wel sprekend op iemand. Uiterlijk maar vooral ook qua karakter. ‘Hij is net zo overtuigend als zijn opa’, ‘zij praat net zoveel als haar moeder’ of ‘uiterlijk is voor hem net zo belangrijk als dat het is voor zijn vader’. Eigenlijk pessimistische uitspraken. Want je kunt ze ook lezen als: ‘je kunt er niets aan doen, het is zoals het is’. Geloof jij daarin? Denk je dat je jezelf kunt veranderen, kunt vormen. Of denk je dat het uiteindelijk een reproductie is van het voorgeslacht. Hetzelfde maar in jongere vorm.

Deze discussie is zo oud als onze cultuur. De discussie tussen nurture en nature. En voor een opleider natuurlijk super interessant. Want het zegt ook in hoeverre je gelooft in opleiden en met name welke vorm van opleiden. In de sociologie spreekt men van ‘sociale reproductie’ van ouder naar kind. Kom je uit een gezin met armoede dan loop je een grote kans hetzelfde mee te maken. Als je voor een dubbeltje geboren wordt zal het geen kwartje worden. Ikzelf ben wel gefascineerd door deze vraag. Ben ik een product van mijn familie van de samenstelling van de genen of ben ik een product van vorming. Ik kom uit een groot gezin waar de verschillen tussen de gezinsleden ook groot zijn. Je ziet wel trekjes van vader of moeder maar toch… Je ziet het in de verschil in opleiding, de verschillen in werk en in hobby’s. Toch zijn de uitgangspunten vrijwel gelijk geweest voor alle gezinsleden. Zou de een dan toch intelligenter zijn dan de ander of zijn er andere zaken als geluk, vrienden/vriendinnen, passende school….? Voor ons werk met middenkader is deze discussie relevant. Sommige cursisten geven aan dat leren thuis niet belangrijk was. Met je handen werken dat was de norm. Een middenkader cursus is een uitstekende stap naar een hogere carrière. Maar de intelligentie die nodig is om ‘uitvoerend’ werk te doen wordt ook schromelijk onderschat. Observeer maar eens een goede metselaar of een goede elektricien. Dus blijkbaar is niet alleen het milieu relevant om door te groeien maar ook de sociale normen. Leiding geven wordt wellicht wat overschat en het uitvoerende werk onderschat. Dit thema is onuitputtelijk. Als onderwijskundige ben ik daarmee al heel lang bezig. Ik ben nog opgegroeid in een dorp waar je in de 6e klas (huidige groep 8) drie groepen had: de slimmen, de middencatergorie en de dommen. “Toevallig zaten bij de slimmen de kinderen van de dokter, architect en de de herenboer. En bij de dommen de arbeiderskinderen, kinderen van kleine boeren, enz. Als je bij de dommen vooraan zit is je startpositie niet florissant. Vaak moet je dan een heel lange weg volgen. De indeling van de huidige klassen is gelukkig anders maar uit onderzoek blijkt telkens weer dat er nog steeds sprake is van ‘social reproductie’. Op dit moment is deze discussie heel actueel. Ik ben ervan overtuigd dat er veel ‘human capital’ ongebruikt blijft. Een middenkader cursus op latere leeftijd is vaak heel effectief om toch mensen te laten groeien.


Nu hoor ik je al denken: ‘het komt altijd op hetzelfde neer: ze willen cursussen verkopen’. Ja dat klopt maar in deze context is dat geen eerlijke conclusie. Ik ben het onderwijs en opleiding vak ingegaan omdat ikzelf een product ben van sociale reproductie. Ik zat vooraan bij de dommen en heb ervaren hoe lang de weg is om op het punt te komen dat je mag stellen: ‘hehe, mijn capaciteiten worden prima benut’. En daarbij heb ik een cursus gemaakt dit het potentieel van een medewerker naar boven haalt zowel in mentale als in uitvoerde zin. En dat mogen doen is een superjob!
Naast dit ideaal is het ook nog een zeer lucratief uitgangspunt voor bedrijven. Het is human capital.